Weigering instemming nieuwe dienstrooster

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Feiten

Naar aanleiding van de gewijzigde Europese en Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden, dient de gemeente Utrecht een nieuw werkrooster in te voeren voor de brandweer.

De gemeente heeft twee roosters aan de ondernemingsraad gestuurd, maar slechts één rooster ter instemming aangeboden. Nadat de ondernemingsraad instemming weigert, voert de gemeente een noodrooster in en vraagt de voorzieningenrechter om met onmiddellijke ingang het voorgestelde rooster in te voeren. De bestuurder wil niet eerst het oordeel van de bodemrechter afwachten, omdat bij voorzetting van het noodrooster de brandvoorziening in gevaar komt. In dat geval zal de bezetting van het aantal voertuigstoelen zodanig verminderen dat één van de kazernes moet worden gesloten. Bovendien kunnen de brandweerlieden bij toepassing van het noodrooster onvoldoende oefenen. 

Voorzieningenrechter

De gemeente heeft niet aannemelijk gemaakt dat het veiligheidsniveau en het oefenen bij een tijdelijk noodrooster minder worden. Op den duur vindt een uitbreiding van de bezetting plaats, nu een nieuwe groep brandweerlieden met de opleiding is begonnen. Volgens de ondernemingsraad kan door een efficiënter gebruik van de oefenuren een aanzienlijke verbetering van de geoefendheid worden bereikt. Dat heeft de gemeente niet weersproken. De rechter oordeelt dat het noodrooster op korte termijn geen vermindering van het veiligheidsniveau met zich mee brengt. Wellicht zal dit risico op langere termijn ontstaan, maar de bodemrechter doet een uitspraak binnen een redelijke termijn. Intussen zijn de brandweerlieden bereid hun verlof op te schorten, indien dit uit het oogpunt van veiligheid nodig is. Daarnaast kan een eenmaal ingevoerde rooster niet op eenvoudige wijze worden teruggedraaid als de bodemrechter er niet mee instemt. Dit alles maakt dat er geen dringende redenen bestaan om het voorgestelde rooster tijdelijk in te voeren. Het verzoek van de gemeente wordt dan ook afgewezen.

Commentaar

Werkroosters vormen een werktijdenregeling in de zin van artikel 27 WOR waarvoor de instemming van de ondernemingsraad is vereist. Nu de ondernemingsraad deze instemming weigert, moet de gemeente (nadat zij de bedrijfscommissie om bemiddeling heeft gevraagd) vervangende toestemming vragen aan de bodemrechter. De gemeente is in dit geval echter naar de voorzieningenrechter gestapt. Deze geeft geen oordeel of het rooster definitief kan worden ingevoerd, aangezien een kort geding zich niet leent voor de beantwoording van deze vraag. Wel kan de voorzieningenrechter oordelen of een rooster tijdelijk kan worden ingevoerd.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.