Op 2 september 2022 lost een werknemer natronloog 50% vanuit een tankcontainer op de locatie van een klant. Natronloog is een corrosieve bijtende stof die bij blootstelling ernstige brandwonden en oogletsel veroorzaakt.
Tijdens het lossen breekt een verloopstuk en komt natronloog vrij. De werknemer komt daardoor in aanraking met deze gevaarlijke stof. Tijdens dit incident draagt hij niet alle doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) ter voorkoming van mogelijke blootstelling. Zo draagt hij geen volgelaatsmasker, maar een helm met een geïntegreerde veiligheidsbril.
De werknemer loopt bij het incident derdegraadsbrandwonden in zijn gezicht en mond op. Door blijvende schade aan zijn smaakpapillen kan hij niets meer proeven en is zijn gebit beschadigd. Hij verblijft drie nachten in het ziekenhuis.
Bestuurlijke boete voor overtreding Arbobesluit
De werkgever krijgt een bestuurlijke boete van € 21.600 wegens overtreding van artikel 4.1c, eerste lid, aanhef en onderdeel f, onder 1°. De werkgever is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter.
Primair stelt de werkgever dat het ongeval en de overtreding hem niet zijn toe te rekenen. Subsidiair meent hij dat boetematiging op zijn plaats is omdat verwijtbaarheid ontbreekt. De rechtbank beoordeelt aan de hand van deze beroepsgronden de boeteoplegging.
Werkgever: boete niet terecht opgelegd
De werkgever is van mening dat de overtreding hem niet valt toe te rekenen en hij niet als functioneel dader aan te merken is. De werknemer wist immers welke doelmatige PBM hij moest dragen; het beleid van de werkgever is op dit gebied duidelijk.
Ook houden de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het ongeval niet direct verband met de normale uitvoering van de taken die de werknemer in opdracht van de werkgever uitvoert. Want de werknemer heeft gehandeld in strijd met de instructies van de werkgever. Bovendien heeft het ongeval plaatsgevonden buiten het zicht van de werkgever én aan de andere kant van het land.
Tot slot stelt de werkgever niets te hebben geweten van het gebruik van een niet deugdelijk en daardoor ongeschikt verloopstuk, afkomstig van de klant.
Rechtbank: overtreding is werkgever toe te rekenen
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een ernstige overtreding. Maar er is niet gebleken van een verminderde verwijtbaarheid door het gedrag van de werknemer. Die heeft niet tegen beter weten in buitengewoon onvoorzichtig gehandeld.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke norm in artikel 4.1c, eerste lid, aanhef en onderdeel f, onder 1°, van het Arbobesluit, zich richt tot de werkgever. Die is op grond van artikel 9.1 Arbobesluit verplicht tot naleving van de voorschriften die bij of krachtens het Arbobesluit zijn vastgesteld.
Doordat de regelgever in artikel 9.1. Arbobesluit specifiek stelt dat de werkgever de verplichtingen en verboden uit het Arbobesluit moet naleven, betekent een overtreding daarvan automatisch dat de werkgever de overtreder is. Daarmee is de overtreding aan de werkgever toe te rekenen.
De rechtbank verklaart daarop het beroep van de werkgever ongegrond.
Tips voor de arboprofessional
1. Zorg voor doelmatige PBM.
2. Laat deze persoonlijke beschermingsmiddelen periodiek controleren.
3. Zie erop toe dat alle werknemers de beschermingsmiddelen altijd – op de juiste manier – gebruiken.
Bron: Rechtbank Rotterdam, 23 april 2025 – ECLI:NL:RBROT:2025:4792












