1. De adviesrecht opstelling
Veel ondernemingsraden volstaan met het antwoord aan de directie dat niet eerder (positief) wordt geadviseerd dan met de vakbonden een sociaal plan is afgesloten. De OR neemt een afwachtende houding aan, concentreert zich op de adviesaanvraag en de inhoud van de voorgestelde reorganisatie. De ondernemer redeneert wellicht ook zo. In praktijk staat er in een adviesaanvraag over het opvangen van de sociale gevolgen vaak dan maar één zin: ‘Met de vakbonden zal een sociaal plan worden afgesloten’. In zo’n situatie is sprake van een duidelijke taakverdeling: de OR doet het adviestraject en de vakbonden sluiten het sociaal plan af. Bij deze zogenoemde ‘adviesrechtopstelling’ hanteren, zowel de OR als de vakbonden, een aanpak waarbij de taken scherp worden verdeeld.
Artikel 25, lid 3 kan ook anders gelezen worden. De ondernemingsraad kan zich in sterkere mate zelf met het opvangen van de gevolgen van een reorganisatie voor werknemers bezig houden. Wat kunnen hierbij mogelijkheden voor een ondernemingsraad zijn?
Een stap verder gaat de ondernemingsraad die zich ook actiever met de inhoud van het sociaal plan wil bezighouden. Naast de communicatie met de vakbonden en de directie over het sociaal plan onderneemt de OR ook zelfstandig activiteiten.
Na de onderhandelingen tussen werkgever en de vakbonden kan de ondernemignsraad de vakbondsbestuurders vragen wat op desbetreffende onderwerpen is binnengehaald en wat er nog te doen staat. En welke rol de ondernemingsraad kan spelen om een en ander goed af te ronden.











