De ondernemer heeft twee vestigingen: in Amsterdam en in Amersfoort. In 2004 en 2006 heeft hij overwogen beide vestigingen samen te voegen, maar heeft dat niet doorgezet. In 2008 legt hij dit voornemen opnieuw ter advies neer bij de ondernemingsraad. Die vindt de adviesaanvraag te summier en is van mening dat voldoende (financiële) informatie ontbreekt, terwijl dit juist des te meer voor de hand had gelegen nu de ondernemer terugkomt op een in 2006 genomen besluit om niet te verhuizen. Verder heeft de ondernemer onvoldoende gemotiveerd waarom hij het door de or geadviseerde alternatief om de samenvoeging van de locaties pas in 2011 te doen plaatsvinden, niet heeft omarmd. Ook vindt de or dat de gevolgen van het besluit voor de werknemers onvoldoende gewogen zijn en dat het sociaal plan, dat in concept op 21 oktober 2008 is opgesteld, werknemers onvoldoende compensatie biedt voor de gevolgen van de verhuizing.
Ondernemingskamer
De Ondernemingskamer (OK) is van oordeel dat de adviesaanvraag summier is, maar dat de ondernemer later alsnog voldoende informatie heeft verschaft. Dit blijkt ook uit het feit dat de or in zijn advies heeft gezegd dat hij ‘daarmee gelegenheid (heeft) gekregen zich inhoudelijk een mening te vormen.’
De OK heeft gekeken naar de inhoud van het sociaal plan en de wijze van totstandkoming. De OK vindt dat de ondernemer in de besprekingen over dat sociaal plan op een zorgvuldige manier rekening houdt met de belangen van de werknemers voor wie de verhuizing gevolgen zal hebben. Ook vindt de OK het van belang dat de besprekingen over het sociaal plan met – naar moet worden aangenomen – instemming met de vakbonden en niet met de or worden gevoerd en van bezwaren van de vakbonden is niets gebleken. Ten aanzien van de kritiek op het ontbreken van een werkgarantie geeft de OK aan dat de ondernemer bij verschillende gelegenheden heeft verklaard dat de werkgelegenheid behouden zal blijven. De or heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze toezegging niet zal worden nagekomen. Tot slot vindt de OK de ondernemer voldoende aandacht heeft besteed aan het door de or voorgestelde alternatief.
Commentaar
Voor de beoordeling of de ondernemer voldoende informatie heeft verschaft in het adviestraject is niet alleen de inhoud van de adviesaanvraag bepalend. Alle informatie die aan de or wordt verschaft in overlegvergaderingen en in antwoorden op vragen, speelt een rol bij de beantwoording of de or voldoende is geïnformeerd. De ondernemingsraad dient in het advies aan te geven welke informatie ontbreekt en waarom die voor hem nodig is om een onderbouwd advies uit te brengen. Als de or in het advies aangeeft dat hij met de informatie die hij heeft gekregen een mening heeft kunnen vormen, dan mag worden aangenomen dat daarmee de informatie voldoende was. Later kun je daar niet alsnog een punt van maken in de procedure bij de OK.
OK 30 december 2008, ARO 2009/13 (Or Albermale Catalyst Company)












